Vakantie.
Zes weken lang.
Geen wekker.
Geen school.
Geen huiswerk.
Geen haast in de ochtend.
Gewoon lekker uitslapen, rustig aan doen en bijkomen.
Zou je denken.
Maar blijkbaar werkt vakantie bij een dertienjarige anders.
Want hier kan iemand na een dag waarop werkelijk geen enkele vorm van topsport is beoefend ineens op de bank neerploffen met de mededeling:
“Mam, ik ben zó moe.”
Hoe dan?
Je bent om twaalf uur uit bed gekomen.
Je hebt vervolgens een tijdje op je telefoon gekeken.
Je hebt iets gegeten.
Je bent weer gaan zitten.
En ergens in dat loodzware programma is blijkbaar volledige uitputting ontstaan.
Uitslapen blijkt dus ook vermoeiend
Ik dacht vroeger dat uitslapen juist hielp tegen moeheid.
Maar dat was voordat ik een puber had.
Want hoe later je naar bed gaat, hoe later je wakker wordt.
En hoe later je wakker wordt, hoe moeilijker het blijkbaar wordt om daadwerkelijk wakker te zíjn.
Om twaalf uur komt ze naar beneden.
Niet fris en uitgeslapen.
Nee.
Meer alsof iemand haar midden in de nacht uit een diepe winterslaap heeft gehaald.
“Goedemiddag!”
Een blik.
Dat was blijkbaar al te enthousiast.
Ik pas me aan.
“…middag.”
Beter.
De telefoon draait gelukkig overuren
Ondertussen gebeurt er natuurlijk wel degelijk van alles.
Er wordt geappt.
Er worden filmpjes gekeken.
Er wordt gescrold.
Er wordt nog wat verder gescrold.
En daarna, voor de afwisseling, nog even gescrold.
Waar ik vroeger dacht dat je een sterke duim kreeg van al dat telefoongebruik, vermoed ik inmiddels dat het vooral heel vermoeiend is.
Want na een uur op de bank klinkt ineens:
“Ik ben echt moe vandaag.”
Ja.
Dat zag ik.
Je hebt zojuist ongeveer de volledige inhoud van TikTok verwerkt.
Neem vooral even rust.
Haar broertje begrijpt dit systeem niet
En dan hebben we natuurlijk nog Limited Edition Zoon.
Negen jaar.
Die kan zich uren vermaken met gamen en daarna opstaan alsof hij zojuist drie espresso’s achterover heeft geslagen.
“Mag ik nog even buiten?”
Jij hebt net uren achter een scherm gezeten.
Hoe heb jij nog energie?
Zijn zus kijkt hem vanaf de bank aan alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor alles wat er mis is met de jeugd van tegenwoordig.
Zij is moe.
Hij heeft na uren gamen nog steeds energie over
Ergens in dit huis wordt duidelijk energie verkeerd verdeeld
Het dagritme bestaat inmiddels niet meer
In week één doe je als ouder nog een beetje je best.
Niet té laat naar bed.
Niet iedere dag uitslapen tot lunchtijd.
Een beetje structuur houden.
Want straks begint school weer.
Ha.
Schattig.
Halverwege de vakantie begin je de teugels al wat te laten vieren.
En tegen het einde is het vooral:
Ach, het is vakantie.”
Laat naar bed?
Vakantie.
Ontbijten wanneer andere mensen lunchen?
Vakantie.
Om tien uur ’s avonds ineens trek krijgen?
Vakantie.
Geen idee welke dag het is?
Vakantie.
Totdat je ineens beseft dat school bijna weer begint.
En die wekker straks zonder enige vorm van medelijden weer rond zeven uur afgaat.
En eerlijk gezegd snap ik het ergens wel
Want ergens zit er ook wel iets in.
Hoe minder je hoeft, hoe makkelijker je ritme verdwijnt.
En van weinig doen kun je gek genoeg behoorlijk suf worden.
Ik heb zelf ook weleens een dag bijna niets uitgevoerd en ’s avonds gedacht:
Poeh.
Ik ben kapot.
Waarvan precies?
Geen idee.
Dus misschien heeft ze gewoon gelijk.
Dat zeg ik natuurlijk niet hardop.
Ik heb ook nog een reputatie hoog te houden.
Nog even genieten
Nog een paar dagen geen wekker.
Nog even uitslapen.
Nog even niet nadenken over broodtrommels, schooltassen en roosters.
En daarna begint het gewone leven weer.
School.
Vroeg opstaan.
Huiswerk.
Sport.
En ik weet nu al wat ik binnen een paar dagen ga horen.
“Mam, ik ben moe.”
En weet je?
Dan snap ik het tenminste weer.
Want dán heeft ze er eindelijk een reden voor.
